Reglement

Reglement

Reglement der Nationale Pleitmarathon 2017

HET TEAM 

Artikel 1 

1. Deelname staat open voor de volgende pleitverenigingen: Amsterdams Pleitgezelschap
CICERO (VU & UvA), Civielrechtelijke Vereniging Diephuis (RUG), Pleitdispuut DiCit (UvT),
Pleitgenootschap Gaius (UM), Pleitgenootschap Rota Carolina (RUN), Juridisch Dispuut
Tobias Asser (UL), Rotterdams Pleitdispuut D.J. Veegens (EUR), Pleitgenootschap Eggens (UU)
en Amsterdamse Studievereniging Grotius (UvA). Lid van het team kunnen slechts zijn
studenten die in het studiejaar dat de NPM wordt gehouden als student staan ingeschreven
aan de rechtenfaculteit van de universiteit die door het team wordt vertegenwoordigd.

2. Wijziging van dit reglement vindt plaats middels een stemming door de in lid 1 genoemde
verenigingen. Voor wijziging is een tweederde meerderheid vereist.

Artikel 2

1. Het team bestaat uit een pleitteam van twee pleiters en een rechtbankteam van drie
rechters.

2. Indien dringende omstandigheden dit naar het oordeel van de organisatie rechtvaardigen
kan een rechtbankteam eventueel uit slechts twee rechters bestaan.

Artikel 3

Elke pleiter uit een pleitteam voert het woord in één van de twee voorrondes. In onderling
overleg wordt bepaald wie van de pleiters in de finale het woord voert. De pleiter die in de
finale het woord voert wordt als pleiter beschouwd, de andere pleiter als assistent.

DE JURY 

Artikel 4 

1. De jury bestaat per zittingszaal uit tenminste drie leden, waarvan tenminste één
beroepsrechter. In de finale bestaat de jury uit tenminste vijf leden, waarvan tenminste één
beroepsrechter.

2. De jury wordt voorgezeten door een jurylid dat beroepsrechter is.

Artikel 5 

De beoordelingen van de verrichtingen van de teams vinden plaats aan de hand van de door
de organisatie verstrekte scoreformulieren. Bij de beoordeling wordt gelet op de presentatie,
de inhoud en de mate waarin het pleidooi of vonnis de werkelijkheid benadert.

HET WEDSTRIJDVERLOOP 

Artikel 6

1. In de eerste voorronde treedt een pleitteam op voor eiser, danwel voor gedaagde,
overeenkomstig het door de organisatie vastgestelde wedstrijdschema.

2. In de eerste voorronde leidt een rechtbankteam de zitting tijdens de pleidooien, dan wel
tijdens repliek en dupliek, overeenkomstig het door de organisatie vastgestelde
wedstrijdschema.

Artikel 7 

1. Een pleitteam dat in de eerste voorronde optrad voor eiser, treedt in de tweede voorronde
op voor gedaagde en vice versa.

2. Een rechtbankteam dat in de eerste voorronde de zitting leidde tijdens de pleidooien, leidt
in de tweede voorronde de zitting tijdens repliek en dupliek en vice versa.

Artikel 8 

1. In de voorrondes zullen de rechtbanken zitting hebben bij een andere zitting dan waar de
pleiter van hun vereniging optreedt.

2. Indien het in lid 1 bepaalde organisatorisch niet mogelijk is, zullen in de voorrondes alle
rechtbanken zitting hebben bij hun eigen pleiter.

Artikel 9 

1. Voor de toekenning van de finaleplaatsen worden de twee pleiters uit een pleitteam als
bedoeld in artikel 2 lid 1 beschouwd als één pleiter. De behaalde punten in de voorrondes
worden bij elkaar opgeteld. Dit gebeurt eveneens – onafhankelijk van de pleitteams – voor de
rechtbankteams.

2. Naar de finale gaan de twee pleiters en de twee rechtbanken die na de voorrondes het
hoogste puntenaantal hebben behaald berekend volgens de wijze in lid 1 van dit artikel.

Artikel 10 

1. In de finale treedt het pleitteam dat na de voorrondes het hoogste puntenaantal heeft voor
de eisende partij op.

2. In de finale leidt het rechtbankteam dat na de voorrondes het hoogste puntenaantal heeft
de zittingtijdens de pleidooien, het andere rechtbankteam leidt de zitting tijdens repliek en
dupliek.

Artikel 11 

1. Winnend pleitteam is het pleitteam dat in de finale het hoogste aantal punten heeft
behaald.

2. Winnend rechtbankteam is het rechtbankteam dat in de finale het hoogste aantal punten
heeft behaald.

DE CASUS

Artikel 12 

Alle zaken dienen voor de Voorzieningenrechter. Het dienovereenkomstig procesrecht en de
dienovereenkomstige gebruiken zijn van toepassing.

Artikel 13 

De competentie van de Voorzieningenrechter wordt aangenomen en staat niet ter discussie.

Artikel 14

In beginsel staat de spoedeisendheid niet ter discussie en dient deze dan ook te worden
aangenomen, tenzij de organisatie bij de casus heeft vermeld dat de spoedeisendheid dient
te worden aangetoond.

Artikel 15

De casus kan worden uitgebreid met door de partijen zelf gemaakte producties. Een
zelfgemaakte productie wordt slechts ter zitting toegelaten indien beide partijen hieromtrent
overeenstemming bereiken. Partijen kunnen hieromtrent voor aanvang van de zitting
overeenstemming bereiken.

Artikel 16 

1. Het opvragen van uitspraken bij gerechtelijke instanties is niet toegestaan.

2. Het raadplegen van op electronische of papieren wijze gepubliceerde uitspraken is
uiteraard toegestaan.

DE ZITTING

Artikel 17 

De zitting wordt in goede banen geleid door de voorzitter van de jury.

Artikel 18 

1. Pleidooien en uitspraken duren maximaal 15 minuten en in de finale 20 minuten. Het
raadkameren in de voorrondes duurt maximaal 15 minuten en in de finale 20 minuten. De
pleiters krijgen 20 minuten de tijd de finale voor te bereiden. Aan elk der partijen wordt
maximaal vijf minuten de gelegenheid geboden tot het nemen van repliek dan wel dupliek.

2. Bij tijdsoverschrijdingen zal een puntenaftrek plaatsvinden van een half punt per drie
minuten. Hiervoor worden voor de pleiters tijdsoverschrijdingen in de voorbereiding, bij het
pleidooi en in re- of dupliek bij elkaar opgeteld. Voor rechtbanken worden
tijdsoverschrijdingen bij het raadkameren en bij het voorlezen van het vonnis bij elkaar
opgeteld. Een en ander wordt bijgehouden door de zaalwacht. Deze zal twee minuten voor
het verlopen van een tijdslimiet op het naderen daarvan attenderen.

Artikel 19 

1. Voorafgaand aan het pleidooi stelt een pleitteam zijn wederpartij, de rechtbankteams en
de jury in het bezit van voldoende exemplaren van haar pleitnota en de op grond van artikel
15 tot het geding toegelaten producties.

2. Voor de toepassing van lid 1 wordt als voldoende aangemerkt: 1 exemplaar voor de
wederpartij, 1 exemplaar voor ieder lid van beide rechtbankteams, 3 exemplaren voor de jury
tijdens de voorrondes en 5 exemplaren voor de jury tijdens de finale.

Artikel 20 

1. Ieder rechtbankteam kan per zitting één keer een pleiter naar keuze interrumperen voor
het stellen van een vraag.

2. De interruptie kan door ieder lid van een rechtbankteam gemaakt worden, ongeacht welk
rechtbankteam op dat moment de zitting leidt.

3. Voor de toepassing van dit artikel wordt het vragen van een verheldering op een gegeven
antwoord of het op verzoek van de pleiter herformuleren van de vraag te behoren tot
dezelfde vraag. Indien de voorzitter van de jury van mening is dat er sprake is van een
nieuwe vraag beëindigt hij de interruptie en verzoekt hij de pleiter zijn betoog te hervatten.

4. De tijd die nodig is voor het stellen en het beantwoorden van de vraag wordt niet in
aanmerking genomen voor het bepalen van de duur van het pleidooi dan wel repliek of
dupliek.

Artikel 21

1. Na afloop van beide pleidooien en na repliek en dupliek kunnen de beide rechtbanken om
beurten telkens één vraag aan een partij naar keuze stellen.

2. Het rechtbankteam dat de zitting tijdens de pleidooien heeft geleid stelt na de pleidooien
de eerste vraag.

3. Na beantwoording van haar vraag biedt een rechtbankteam het andere rechtbankteam de
gelegenheid tot het stellen van de volgende vraag.

4. Indien een rechtbankteam geen vraag heeft kan het andere rechtbankteam twee of meer
vragen achter elkaar stellen, waarbij lid 3 echter van toepassing blijft.

5. Op het moment dat beide rechtbanken na de pleidooien geen vragen meer hebben gaat
het leiden van de zitting over op het andere rechtbankteam.

6. Het rechtbankteam dat de zitting tijdens repliek en dupliek heeft geleid stelt na repliek en
dupliek de eerste vraag.

7. Voor de vragen na repliek en dupliek zijn de leden 3 en 4 onverkort van toepassing.

8. Op het moment dat beide rechtbanken na repliek en dupliek geen vragen meer hebben
schorst het rechtbankteam dat de zitting tijdens repliek en dupliek heeft geleid de zitting.

9. Voor de toepassing van dit artikel wordt het vragen van een verheldering op een gegeven
antwoord of het bieden van gelegenheid aan de wederpartij tot het geven van een reactie
geacht te behoren tot dezelfde vraag. Indien de voorzitter van de jury van mening is dat er
sprake is van een nieuwe vraag onderbreekt hij de vragende rechtbank en stelt hij de andere
rechtbank in de gelegenheid tot het stellen van de volgende vraag.

Artikel 22 

Nadat de zitting is geschorst, trekken de rechtbanken zich terug voor beraadslaging. Na
hervatting van de zitting worden de vonnissen uitgesproken.

Artikel 23

1. Na afloop van de zitting wordt de jury in het bezit gesteld van voldoende exemplaren van
de vonnissen.

2. Voor de toepassing van lid 1 wordt als voldoende aangemerkt: drie exemplaren voor de
jury tijdens de voorrondes en vijf exemplaren voor de jury tijdens de finale.

ORGANISATIE VOLGENDE PLEITMARATHON 

Artikel 24

In beginsel organiseert de vereniging waarvan het winnende pleitteam deel uitmaakt de
Nationale Pleitmarathon van het volgende jaar.

Artikel 25

Het is een vereniging niet toegestaan de Nationale Pleitmarathon te organiseren indien zij dit
in de voorafgaande twee jaren heeft gedaan.

Artikel 26

Indien ingevolge artikel 25 een vereniging de Nationale Pleitmarathon niet mag organiseren,
wordt de organisatie toebedeeld aan een andere vereniging in de navolgende prioriteit:
winnende rechtbank, tweede pleitteam.

SLOTBEPALINGEN 

Artikel 27 

Mocht in gevallen van artikelen 9, 10 en 11 van dit reglement sprake zijn van ex aequo
score, dan heeft de voorzitter van de jury de doorslaggevende stem. De voorzitter van de
jury kan in de finale voor de pleiters bij een ex aequo score bepalen dat er in dat geval een
kleine snelpleitwedstrijd zal worden gehouden over een door de voorzitter te bepalen
onderwerp. De voorzitter van de jury is het jurylid dat het oudste is in dienstjaren. Dit wordt
door de organisatie van dat jaar vastgesteld.

Artikel 28 

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, voorziet de organisatie van de Nationale
Pleitmarathon.

Artikel 29 

Wijziging van dit reglement vindt plaats middels een stemming door de in artikel 1 genoemde
verenigingen. Voor wijziging is een tweederde meerderheid vereist.